U bevindt zich hier:
>> GEDICHTENGEDICHTEN
BLOEMEN
Bloemen met hun kleuren en pracht,
Gaan open na elke nacht.
's Avonds na het sluiten van hun schone kant,
Wachten ze tot de ochtend hun overmand.
Eenmaal een paar dagen in de bloei geweest,
Is het uit met hun feest.
Afsterven zal al gauw blijken,
Als de bloembladeren de grond verrijken.
Maar wat doet hieraan de natuur,
Een nieuwe bloem is als het vuur.
Zo ook met de mens gelijk een bloem,
De ene zijn dood de ander zijn roem.
LENTE
Zoals de lente ontspringt,
En de vrolijkheid ons omringt,
De vlinders tot leven doet komen,
Zo zijn soms onze dromen.
De pracht en de praal van de natuur,
Die telkens verandert uur na uur,
Met een aanblik "o, zo mooi",
Is voor ons zoals een speld in het hooi.
Om ons heen kijken doen wij niet meer,
Wij stellen de natuur voor ons in het geweer,
Doen hem kwaad zonder berouw,
En zijn voor ons zelf in touw.
Wetende in ons achter hoofd,
Dat de natuur door ons is beroofd,
Zijn wij nog lang niet in staat,
Dit te herstellen volgens natuurlijke staat.
ZOMER
Alles is in bloei met pracht en praal,
De dieren in de natuur maken veel kabaal.
Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat,
Is de wereld tot leven in staat.
Iedereen geniet van de temperatuur,
Want zomers is het niet guur.
Hoewel de natuur aan het veranderen is,
Is dit voor ons nog lang niet mis.
Het is wel al vaker benauwd,
Ook al is het vaak nog koud.
Dit is een nieuw fenomeen,
Wat vreemd is voor iedereen.
Geniet zolang je kunt,
Want het is een ieder gegund.
Stel je in op de natuur,
Dan komt alles op zijn plaats op den duur.
HERFST
Herfst luidt zich in met vallende bladeren,
De lucht grauw en grijs,
Het onweer zal weer naderen,
Regen en storm is onze prijs.
Maar na dit grijze verleden,
Komt er weer een witte heden,
De winter is helder en koud,
En is in een prachtig verhoud.
Ook hier kan men een mens vergelijken,
Want bij ons zijn er personen die bezwijken,
Als deze bladeren vallen,
Lijkt ons leven te vergallen.
Maar na een lange harde tijd,
Zijn ook wij weer bereid,
Het leven vol vreugde te hervatten,
En weer met andere te "katten".
FOTO'S
Met een donker zwart of zilver apparaat,
Staat iemand in de buurt paraat.
Je ziet hem op jou richten,
Waarbij je schrikt tot in je gewrichten.
Liggen mijn haren wel op rij,
Heb ik geen plooien in mijn kledij.
Maar zie daar, het onheil was al geschied,
Een lichtflits die het verried.
Vroeger wachtte je minimaal een week,
Nu kijk je direct digitaal hoe iedereen keek.
Is het kiekje naar je zin,
Dan haal je de foto de computer "in".
Met de software corrigeer je het plaatje,
En sla je hem op op een schijf met een gaatje.
Nu gaan de handelingen razend snel,
Want de printer maakt de foto wel.
